Het juiste isolatiemateriaal kiezen: waarop letten? | Ecobouwers.be

U bent hier

Het juiste isolatiemateriaal kiezen: waarop letten?

Isolatie zorgt voor een comfortabel huis, een lagere energierekening en mindert onze impact op het klimaat. Maar welk isolatiemateriaal moet je kiezen? Dat hangt af van de toepassing en de opbouw van je woning, zegt Evelien Willaert, adviseur en lesgever duurzaam bouwen van Dialoog. Zij vertelt waar je op moet letten bij het uitzoeken van het juiste isolatiemateriaal.  

Van isolatiematerialen verwachten we in eerste instantie dat ze goed thermisch isoleren. Even belangrijk is dat we ze gebruiken in toepassingen waarvoor ze geschikt zijn. Alleen dan zijn we zeker van een lange levensduur en blijvende isolatiewaarde. Afhankelijk van de toepassing vertaalt dit zich in bijkomende eisen zoals druksterkte, brandklasse, vochtgedrag, geluidsabsorptie, enzovoort. Zo zal druksterkte een belangrijke eigenschap zijn bij isolatie bedoeld voor massieve vloeren of platte daken, maar geen rol spelen bij isolatie tussen een houten structuur, zoals in een hellend dak.

De meeste isolatiematerialen hebben een CE-markering. Dat is een verplichte vermelding op het productetiket en informeert je over de de technische kenmerken van het isolatiemateriaal. De CE-markering helpt je om verschillende materialen met elkaar te vergelijken.

Thermisch isolerend: de lambda- en R-waarde

De lambda-waarde geeft aan hoe goed of hoe slecht een bepaald materiaal de warmte geleidt. De lambda-waarde wordt uitgedrukt in W/mK en staat voor de warmtegeleidingscoëfficiënt, en zegt dus iets over de snelheid waarmee warmte zich door een materiaal verplaatst. Wanneer de lambda-waarde van een materiaal lager is dan 0,065 W/mK spreken we van een isolatiemateriaal. 

De lambda-waarde laat toe om verschillende materialen met elkaar te vergelijken op vlak van isolerende waarde. Hoe lager de lambda-waarde, hoe beter het materiaal isoleert (en dus hoe minder dik je moet isoleren voor een zelfde resultaat).

Bij aankoop van een isolatiemateriaal is het vaak interessant om ook te letten op de R-waarde of warmteweerstand van het isolatiemateriaal. Hierin zit naast de lambda-waarde ook de dikte van het materiaal verrekend. Hoe groter de R-waarde, hoe groter de weerstand die de warmtedoorgang ondervindt en hoe beter het materiaal isoleert.

Type isolatie

λ [W/mK]

Vacuüm Isolatie Panelen (VIP) 0,007
Resolhardschuim 0,018 - 0,020
PUR of polyurethaanhardschuim 0,023 - 0,028
PIR of polyisocyanuraathardschuim 0,021 - 0,026
EPS of geëxpandeerd polystyreen 0,031 - 0,045
XPS of geëxtrudeerd polystyreen 0,028 - 0,038
Glaswol 0,031 - 0,044
Rotswol 0,031 - 0,044
Cellenglas 0,036 - 0,058
Papiervlokken 0,035 - 0,040
Kurk 0,038 - 0,040
Hennep 0,038 - 0,042
Vlas 0,038
Zeegras 0,039
Schapenwol 0,035 - 0,040
Kokosvezel 0,040
Katoen 0,039 - 0,042
Stro 0,056
Houtwol 0.038 – 0.045

Bronwww.lambda.be

Brandreactieklasse

Isolatiematerialen die van een CE-markering voorzien zijn vermelden ook de brandreactieklasse. Er zijn 7 hoofdklassen, van onbrandbaar (klasse A1) tot zeer brandbaar (klasse E) of niet bepaald (klasse F).

Isolatiematerialen met minerale grondstoffen (bijv. glaswol en rotswol) situeren zich in de klasse onbrandbaar, terwijl isolatie met synthetische en met plantaardige grondstoffen in een minder goede brandklasse vallen. De brandreactie verbeteren kan door toevoeging van brandvertragende producten (bijv. behandelde versus onbehandelde cellulose), maar ook door producten samen te stellen (bijv. een kunststofisolatieplaat waarop al een gipskartonplaat van 10 mm bevestigd werd, kan een brandreactieklasse van B behalen, diezelfde onbeklede plaat zou klasse E hebben). Kijk dus altijd goed na of de vermelde brandklasse alleen betrekking heeft op het isolatieproduct of op een samengesteld product.

Naast de hoofdklasse kunnen bijkomende (vrijwillige) kenmerken vermeld worden voor wat betreft rookontwikkeling (s) - klasse s1 (geringe rookproductie) tot s3 (grote rookproductie) - en druppelvorming van brandende druppels en deeltjes (d): klasse d0 (geen productie van brandende delen) tot d3 (delen branden langer dan 10 seconden).

Afhankelijk van de toepassing is de keuze voor een materiaal met een goede brandreactieklasse meer of minder belangrijk. Bij isolatie op een massief plat dak bijvoorbeeld, of in een spouwmuur zal dit weinig belang hebben. Bij binnenisolatie daarentegen is brandreactieklasse juist erg belangrijk. Werk je met materialen met een minder goede brandreactieklasse (vanaf klasse C) en/of materialen die zorgen voor rookontwikkeling en/of druppelvorming (vooral kunststofisolatie), dan werk je de binnenzijde best af met een materiaal met een brandweerstand van minstens een half uur.

Brandreactieklassen van A1 tot F
Euro-klasse Bijdrage aan Brand Praktijk
Klasse A1 Geen enkele bijdrage Onbrandbaar
Klasse A2 Nauwelijks bijdrage Praktisch niet brandbaar
Klasse B Erg beperkte bijdrage Heel moeilijk brandbaar
Klasse C Grote bijdrage Brandbaar
Klasse D Hoge bijdrage Goed brandbaar
Klasse E Zeer hoge bijdrage Zeer brandbaar
Klasse F Niet bepaald Niet getest of voldoet niet aan E

Milieu-impact

Wetende dat energiebronnen, grondstoffen en ruimte beperkt beschikbaar zijn, wil iedereen graag weten wat het minst milieubelastende (isolatie)materiaal is. Beter is: wat is het meest duurzame materiaal voor een bepaalde toepassing? Die vraag is echter niet zo snel beantwoord. De milieu-impact van zowel bouwproducten, gebouwelementen als volledige gebouwen kan gekwantificeerd worden door het uitvoeren van een levenscyclusanalyse (LCA). Materialen onderling vergelijken kan echter alleen bij technisch gelijkwaardige materialen (bijv. isolatiematerialen met dezelfde warmteweerstand) voor gebruik in één en dezelfde toepassing (bijv. 1 m² hellend dakisolatie met een R-waarde van 5 m²K/W voor een gordingendak voor een periode van 75 jaar). 

In een gekozen LCA-methode (met vooraf vastgelegde milieu-impactindicatoren) wordt na inventarisatie nagegaan wat de invloed is van alle handelingen, vanaf het winnen van de grondstoffen tot aan de uiteindelijke verwerking als afval na sloop of ontmanteling (van wieg tot graf). Op basis van generieke data kunnen verschillende soorten materialen vergeleken worden (bijv. glaswol- versus hennepisolatie), zoals in de Nederlandse NIBE-milieuclassificatie (www.nibe.info) en de Britse Green Guide (www.bre.co.uk/greenguide) gebeurt. De ene soort hennep zal echter een andere milieu-impact hebben dan een andere, omdat de verschillende handelingen (transport, gebruik van primaire en secundaire grondstoffen, waterverbruik, afvalverwerking enzovoort) product- en merkafhankelijk zijn. Het is dan ook beter om te kijken naar de milieu-impact van specifieke producten. Vandaag is er echter nog geen (Belgische) databank waar alle (bouw)materialen met hun milieu-impact terug te vinden zijn. 

Om te vermijden dat je als consument misleid wordt door milieuboodschappen op de verpakking of het product (bijv. composteerbaar of hernieuwbaar) zijn fabrikanten verplicht een EPD (Environmental Product Declaration) op te maken en te laten registreren in de vrij te raadplegen databank voor milieuproductverklaringen (www.environmentalproductdeclarations.be). Fabrikanten kunnen ook vrijwillig EPD’s laten opmaken en registreren. Ook daar kun je dus terecht om de milieu-impact van een isolatiemateriaal in te schatten. 

Op gebouwniveau? 

Beoordelen van de milieu-impact op bouwelement- of gebouwniveau is overigens beter dan op productniveau, want bijvoorbeeld ook de onderlinge verbinding en de plaatsing (verlijmen of mechanisch bevestigen) beïnvloedt de latere demonteerbaarheid (bij afbraak) en dus ook de milieu-impact. De recent ontwikkelde en vrij toegankelijke TOTEM-tool wil hier een antwoord op bieden. TOTEM (Tool to Optimise the Total Environmental impact of Materials) is een online instrument (www.totem-building.be) dat moet toelaten om op een objectieve en transparante manier de milieu-impact van gebouwelementen of gebouwen te evalueren.

Wat nu? 

Het spreekt voor zich dat een LCA de meest objectieve basis biedt om de milieu-impact van materialen te vergelijken, maar die informatie is vaak niet beschikbaar. In de praktijk zit er vaak niets anders op om aan de slag te gaan met de info die je wel bezit of kunt achterhalen. Deze vragen kunnen je helpen:  

  • welke grondstoffen en welke toeslagstoffen worden gebruikt? 

  • gaat het om secundaire of primaire grondstoffen? 

  • wat is het aandeel hernieuwbare grondstoffen? 

  • heeft het product een milieulabel (www.labelinfo.be)? 

  • laat de plaatsing toe om bij afbraak de materialen te demonteren en de verschillende materiaalstromen te scheiden? 

  • kan het materiaal of de componenten hergebruikt worden of zijn ze composteerbaar? 

 Niet ideaal, maar beter dan niets.

Dampdoorlatend of niet?

(Isolatie)materialen laten in meerdere of mindere mate damptransport toe. Dit wordt uitgedrukt in de µ-waarde. Sommige materialen zijn heel dampopen (µ = 1), andere dan weer relatief dampdicht (bijv. µ = 150) tot zelfs volledig dampdicht (µ = oneindig). Voor de meeste toepassingen maakt het geen verschil hoe dampdicht of -open isolatiematerialen zijn, zolang je maar streeft naar een opbouw waarbij de meest dampdichte (isolatie)materialen zich aan de binnenzijde van een constructie (‘warme’ kant) bevinden en de constructie meer dampopen wordt naar de buitenkant. 

Bij gebruik van verschillende isolatiematerialen in één wanddeel moet het meest dampopen isolatiemateriaal zich dus aan de buitenzijde (‘koude’ kant) bevinden. Tegelijk moet een constructie zo opgebouwd zijn dat de warme kant van de isolatie luchtdicht afgewerkt wordt. Dampopen materialen toepassen om de relatieve vochtigheid in een woning onder controle te krijgen en zo vochtproblemen te vermijden heeft geen zin: vocht voer je af door te ventileren. 

En nu alleen nog een keuze maken?

Elk isolatiemateriaal wordt door een fabrikant op de markt gebracht voor één of meerdere toepassingen. Je kiest dus niet eerst de isolatie om daarna te beslissen wat je ermee gaat doen, maar omgekeerd:

Stap 1: ga na wat je op welke manier wil isoleren 

 Bijvoorbeeld: een hellend dak via de buitenzijde isoleren bovenop de bestaande draagstructuur doe je met vormvaste isolatieplaten, een hellend dak via de binnenkant isoleren tussen de houten draagstructuur met soepele isolatie die mooi aansluitend tegen het hout geplaatst wordt. Best houdt je ook rekening met de brandklasse van het materiaal bij de opbouw.

Stap 2: ga na welke isolatiematerialen hiervoor in aanmerking komen: 

Kijk hiervoor op de website van de fabrikanten, meestal vind je er een overzicht van hun producten en technische fiches met de kenmerken.

  • Wil je dit toetsen aan objectieve informatie, dan kan je in de EPB-databank (www.ebpd.be) de EPB-productgegevens raadplegen. Deze deelt de isolatiematerialen in naargelang ze fabrieksvervaardigd of ter plaatse (‘in situ’) samengesteld zijn. Onder ‘productclassificatie’ vind je over welk soort isolatiemateriaal het gaat (bijv. polyurethaan, minerale wol of cellulose), onder ‘lambdaui’ de isolatiewaarde van het materiaal. Ook de beschikbare diktes (‘dikterange’) zijn vermeld. Je ziet er ook of het product een technische goedkeuring (ATG) en/of een CE-markering heeft.
  • ATG’s kan je vervolgens raadplegen op www.butgb.be, onder ‘Isolatiematerialen’. Je vindt er ook de brandreactieklasse. Op www.vibe.be/bio-ecologisch-bouwen/bio-ecologisch-materiaal/ vind je een lijst met ‘bio-ecologische’ isolatiematerialen met niet-Belgische technische goedkeuringen.​

Stap 3: ga na of je in aanmerking komt voor premies 

Kijk op www.energiesparen.be voor welke energiepremies je in aanmerking komt en wat de voorwaarden zijn.

Wil je isoleren met een materiaal dat niet in de lijsten van bovengenoemde websites voorkomt en wil je toch een premie aanvragen? Dan voeg je bij je premieaanvraag een ondertekende verklaring van je aannemer en een technische fiche met vermelding van de gevraagde gegevens.

Hulp nodig? Weet dan dat de adviseurs van de Steunpunten Duurzaam Bouwen je blindelings en met alle plezier tussen de bomen door gidsen. Alle contactgegevens vind je in de renovatiewijzer

Dit is een verkort artikel dat eerder verscheen in ecologisch magazine De Koevoet. Al 30 jaar lang is duurzaam bouwen en wonen een kernthema. Vraag je gratis proefnummer aan via www.dialoog.be/dekoevoet 

Dialoog vzw is één van de provinciale steunpunten voor duurzaam bouwen, waar je professioneel en onafhankelijk advies kan krijgen - gratis, of voor een klein prijsje. Zoek gerust het provinciale steunpunt in jouw buurt, en bel of mail hen voor meer informatie.

Wie zelf aan de slag gaat met een verbouwproject wordt bovendien goed op weg gezet dankzij de BENOvatiebrochure van het Vlaams energieagentschap. Hierin vind je - stap voor stap - het traject van een geslaagde verbouwing terug.

 

 

Evelien Willaert is adviseur en lesgever duurzaam bouwen van Dialoog, een organisatie die zich inzet voor de promotie van duurzaam bouwen en bewust wonen.
CE - markering van een glaswolisolatieplaat
Download de Benovatiebrochure
Duurzaam bouwen en wonen is al meer dan dertig jaar een toonaangevend thema in de Koevoet. Maar het magazine gaat breder in zijn onderwerpen: energiebesparing, fauna en flora, voeding, mobiliteit en al wat daarbij aanleunt.